-
Bastaardschorpioen
Bastaardschorpioenen leven in tamelijk kleine stabiele ruimtes.
Bastaardschorpioen
-
Bladwesplarve
Ontwikkelingsstadium van bladwespen. Bladwespen kennen de volgende ontwikkelingsstadia: ei, larve, pop, volledig ontwikkeld insect (imago).
Bladwesplarve
-
Duizendpoot
Diertjes met veel pootjes worden in de volksmond duizendpoten genoemd.
Duizendpoot
-
Hooiwagens
Hooiwagens leven vooral op de grond tussen afgevallen bladeren. De hooiwagens worden normaal gesproken tegen het eind van de zomer volwassen.
Hooiwagens
-
Huisjesslak
Huisjesslakken zijn kleine slakken met een “huisje”.
Huisjesslak
-
Huiskrekel
Oorspronkelijk komt de huiskrekel waarschijnlijk uit Noord-Afrika en het Nabije Oosten en heeft zich dankzij de mens mettertijd verspreid over vele andere delen van de wereld.
Huiskrekel
-
Keverlarve
Een ontwikkelingsstadium bij kevers. De kever kent de volgende ontwikkelingsstadia: ei, larve, pop en volledig insect (imago).
Keverlarve
-
Kevers
Kenmerkend voor kevers is dat het voorste deel van hun lichaam wordt bedekt met een halsschild en door de dekschilden die elkaar raken op de rug.
Kevers
-
Kreeftachtigen
Kreeftachtigen zijn ook geleedpotigen. De meeste soorten zijn aangepast voor een leven in zoet of zout water. Enkele soorten zijn erin geslaagd zich aan te passen aan het leven op het land. Bijvoorbeeld de pissebedden.
Kreeftachtigen
-
Larven
De larven zien er heel verschillend uit. De larve is een ontwikkelingsstadium van insecten. Er zijn twee hoofdtypes bij de ontwikkeling.
Larven
-
Libelle
De naam "libelle" omvat insecten uit verschillende ordes, namelijk:
Libelle
-
Mijten
Mijten zijn, afgezien van teken, kleiner dan 1 mm. Ze leven van vloeibaar voedsel, van levende of dode dieren of van planten. Een type mijt is de vogelmijt.
Mijten
-
Naaktslak
Naaktslakken zijn landslakken zonder huisje.
Naaktslak
-
Oorworm
In Nederland hebben we een aantal soorten oorwormen en ze zijn te vinden in het hele land.
Oorworm
-
Pissebedden
Er zijn meer dan 30 soorten pissebedden in Nederland. Daarvan leven de meeste op het land, sommige kleinere soorten leven een stukje onder de grond.
Pissebedden
-
Rupsen
Ontwikkelingsstadium van een vlinder. De vlinder kent de volgende ontwikkelingsstadia: ei, larve (rups), pop, volledig ontwikkeld insect (imago).
Rupsen
-
Schimmelkever
Vochtminnende kevers; schimmelkevers en vochtkevers.
Schimmelkever
-
Spinmijt
Een kleine roodoranje mijt die snel rondspringt in bomen en planten in het lentezonnetje.
Spinmijt
-
Spinnen
Spinnen kunnen zwervend zijn zonder web, of meer verblijvend op een vaste plek en webbouwend.
Spinnen
-
Springstaarten
Kleine, tot 6 mm lange, bolvormige of langgerekte cilindrische diertjes.
Springstaarten
-
Sprinkhanen en krekels
Rechtvleugeligen zijn middelgrote tot grote insecten die bekender zijn onder de namen groene sprinkhaan, krekel en sprinkhaan.
Sprinkhanen en krekels
-
Stofluis
Stofluizen worden ook boeken- of houtluizen genoemd, dit vanwege de uiterlijke overeenkomst met sommige soorten luizen. Echter zijn dit geen ware luizen.
Stofluis
-
Vliegen en muggen
De tweevleugeligen omvatten muggen en vliegen. Ze hebben slecht één paar functionerende vleugels.
Vliegen en muggen
-
Vlinders
Vlinders hebben geschubde vleugels. Ze variëren sterk in grootte en vleugelvorm.
Vlinders
-
Wantsen
Wantsen variëren sterk in grootte, tussen de 1/2 en 2 cm groot. Het lichaam is, van boven gezien, meestal min of meer ovaal, maar er bestaan ook zeer smalle vormen. Veel soorten scheiden stinkende stoffen af als verdediging.
Wantsen
-
Wormen
Met wormen bedoelt men dieren van verschillende stammen, bijv. ringwormen, platwormen, rondwormen en eikelwormen.
Wormen