De eikenprocessierups (Thaumetopoea processionea) is de rups van een nachtvlinder en komt voor in een groot gedeelte van Europa.
Eerst was de eikenprocessierups alleen in de zuidelijke provincies van Nederland aanwezig, maar wordt sinds 2010 in bijna het hele land waargenomen. De rups wordt vooral gesignaleerd in eiken, waar zij hun eitjes in de vorm van eipakketten in de boomtoppen leggen, waar de eitjes overwinteren. De jonge rupsen komen eind april, begin mei tevoorschijn. Vanaf half mei tot begin juli kruipen zij in een optocht van lange stroken dicht bij elkaar voort, het lijkt net een 'processie'. Hieraan hebben zij hun naam te danken. Zij gaan vooral 's nachts op zoek naar voedsel zoals (jonge) eikenbladeren en kunnen hele bomen kaalvreten.
De rups vervelt een aantal malen en heeft in alle stadia opvallende lange witte haren. Na de derde vervelling krijgt de rups de brandharen die bij de volgende ontwikkelingsstadia loskomen en hinderlijk zijn voor de mens. Vanaf juli verpopt de rups zich in een cocon van haren en ander materiaal en groeit uit tot grijze nachtvlinder.
Oude nesten bevatten, zelfs na het vertrek van de rupsen, nog brandharen en worden, bijvoorbeeld door de wind, gemakkelijk in de lucht verspreid.
De levenscyclus van vlinder tot vlinder duurt ongeveer 1 jaar, hierbij zijn de volgende stadia en risico's op brandharen te onderscheiden. Dit risico is het hoogst tijdens de levenscyclus als oudere rups in de maanden mei t/m juli. Tijdens zijn leven als vlinder is het risico laag.
- Tot en met april
In deze periode nog in de vorm van een eipakket. Er is geen risico.
- April t/m mei
Deze maanden zijn het voornamelijk jonge rupsen in het 1e, 2e en 3e stadium. Er is geen (1e en 2e stadium) tot een laag (3e stadium) risico.
- Mei t/m juli
Het gaat nu om oudere rupsen in het 4e, 5e en 6e stadium. Er is in deze periode een hoog risico, omdat de rupsen brandharen hebben die in de lucht terecht kunnen komen. Bovendien zijn er brandharen aanwezig in de nesten.
- Juni t/m oktober
Popstadium. Het risico is laag tot gemiddeld. De kans bestaat, dat de brandharen van de vervellingen die in de nesten zijn achtergebleven, wegwaaien.
Heeft u onze hulp nodig?
Als u onze hulp nodig heeft of een vraag heeft naar aanleiding van een bestrijdingsactie, kunt u contact opnemen met Anticimex. In het kader hiernaast vindt u onze contactgegevens.