Libelle

Libelle

De naam "libelle" omvat insecten uit verschillende ordes, namelijk:

Libellen, ca 150 soorten in Europa bekend

Kenmerkend voor echte libellen zijn een langgerekt en vaak heel smal achterlijf, zeer beweeglijke kop met grote facetogen, forse monddelen die hard kunnen bijten en korte borstelige voelsprieten.

Eendagsvliegen, ca 200 soorten in Europa bekend.

Eendagsvliegen brengen het grootste deel van hun tijd door als larve. Een aantal van de oudste bekende insecten behoren tot de eendagsvliegen. Vaak vliegen ze in groepen, in een op en neer zwevende vlucht. Vaak, vooral tegen de avond, komen ze in grote massa’s tevoorschijn.

Steenvliegen, ca 150 soorten in Europa bekend.

Steenvliegen leven bij het water, het liefst bij stromend water. Ze vinden het daar hun hele leven prettig, eerst als larve en later als steenvlieg.

Schorpioenvliegen

Kenmerkend is dat het onderste deel van de kop uitgetrokken is tot een naar beneden gerichte, snavelachtige verlenging. In het uiteinde zit de opening van de bek met de kleine bekgereedschappen. De voelsprieten op de kop zijn lang en draadachtig of borstelig. Ze hebben 4 smalle vleugels, die bijna even groot zijn en dezelfde vorm hebben, bij de meeste soorten liggen ze in rust plat in elkaar in verticale richting, maar achteraan uiteenlopend, zodat ze het lijf onbedekt laten. In zeldzame gevallen zijn de vleugels helemaal verschrompeld. De poten zijn lang en slank.

Netvleugeligen, ongeveer 300 soorten in Europa bekend.

Larven en volledig ontwikkelde netvleugeligen zijn vleeseters. Sommige leven bij of in het water en andere leven op planten en eten bladluizen. Andere netvleugeligen (bijvoorbeeld kameelhalsvliegen) leven van kleine dieren onder loszittend boomschors. Andere zoeken hun buit in gangen onder de aarde of graven valkuilen in zanderige grond.

Schietmotten, ca 175 soorten in Nederland bekend.

Schietmotten hebben maar een klein aantal nerven in de vleugels, de voorste vleugels zijn vaak getekend in verschillende kleuren. In rust liggen de vleugels dakvormig in elkaar en de achterste vleugels, die breder zijn, liggen dan gevouwen. Deze insecten lijken in meerdere opzichten op bepaalde kleine nachtvlinders. Vooral de grotere soorten zitten ’s nachts op bloemen (net als nachtvlinders).

De meeste libellen hebben met elkaar gemeen dat ze twee paar dunne, doorschijnende vleugels hebben.

De vleugels zijn niet geschubd zoals bij de vlinders, maar bij de schietmotten zijn ze dicht behaard.

Heeft u onze hulp nodig?

Als u onze hulp nodig heeft of een vraag heeft naar aanleiding van een bestrijdingsactie, kunt u contact opnemen met Anticimex. In het kader hiernaast vindt u onze contactgegevens.

Doorsturen

Doorsturen naar een vriend .

Print Commentaar geven

Uw mening telt!
Wij stellen uw mening en ideeën over onze website op prijs
 

Contact

Anticimex Benelux B.V.

msgH2

msg

© Anticimex 2010 | Over deze site | Privacy reglement | Sitemap